Naar hoofdinhoud

AFDELING VI

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Aanvullend Verdrag inzake de afschaffing van de slavernij, de slavenhandel en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 3 december 1957

1. Dit Verdrag is van toepassing op alle niet-zelfbesturende, trust-, koloniale en andere buiten het moederland gelegen gebieden voor welker internationale betrekkingen een Staat welke partij is bij dit Verdrag, verantwoordelijk is; met inachtneming van het bepaalde in lid 2 van dit artikel geeft de betrokken Partij op het tijdstip van de ondertekening of de bekrachtiging van of de toetreding tot dit Verdrag de buiten het moederland gelegen gebieden aan waarop het Verdrag als gevolg van die ondertekening, bekrachtiging of toetreding ipso facto van toepassing is. 2. In alle gevallen waarin volgens de constitutionele voorschriften of gebruiken van een Partij of van een niet tot het moederland behorend gebied, de voorafgaande goedkeuring van dat gebied vereist is, tracht die Partij de vereiste goedkeuring van dat gebied te verkrijgen binnen een tijdvak van twaalf maanden te rekenen van de datum waarop het moederland het Verdrag heeft ondertekend, en wanneer die toestemming is verkregen, doet de Partij daarvan mededeling aan de Secretaris-Generaal. Dit Verdrag is op het in de mededeling genoemde gebied, of de daarin genoemde gebieden, van toepassing met ingang van de datum waarop de Secretaris-Generaal die mededeling heeft ontvangen. 3. Na het verstrijken van het in het vorige lid genoemde tijdvak van twaalf maanden, doen de betrokken Partijen aan de Secretaris-Generaal mededeling van de besprekingen met die niet tot het moederland behorende gebieden voor welker internationale betrekkingen zij verantwoordelijk zijn en die hun toestemming tot toepassing van dit Verdrag mochten hebben geweigerd.

Rechtspraak bij dit artikel