De jaarlijkse uitgaven verband houdende met de werkzaamheden en de instandhouding van het Instituut worden gedekt door de in de begroting van het Instituut vermelde inkomsten, die voornamelijk bestaan uit de basisbijdrage van de als initiatiefnemer optredende italiaanse Regering, zoals goedgekeurd door het italiaanse Parlement, en welke genoemde Regering verklaart vast te stellen, met ingang van het jaar 1985, op het bedrag van 300 miljoen italiaanse lire per jaar, hetwelk kan worden herzien na verloop van elke periode van drie jaar middels de goedkeuringswet van de begroting van de italiaanse Staat, alsmede uit de gewone jaarlijkse bijdragen van de andere deelnemende Regeringen.
Ter fine van de verdeling tussen de andere deelnemende Regeringen van het aandeel in de jaarlijkse uitgaven die niet worden gedekt door de gewone bijdrage van de Italiaanse Regering of door inkomsten uit andere bronnen worden deze Regeringen ingedeeld in categorieën. Bij elke categorie behoort een bepaald aantal eenheden.
Het aantal categorieën, het aantal bij elke categorie behorende eenheden, het bedrag van elke eenheid alsmede de indeling van elke Regering in een categorie worden, op voorstel van een door de Algemene Vergadering benoemde Commissie, vastgesteld bij resolutie van de Algemene Vergadering, aangenomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Bij deze indeling houdt de Vergadering onder andere rekening met het nationaal inkomen van het vertegenwoordigde land.
De krachtens de derde alinea van dit artikel door de Algemene Vergadering genomen besluiten kunnen, naar aanleiding van haar besluit bedoeld in de derde alinea van artikel 5, elke drie jaar worden herzien door middel van een nieuwe resolutie van de Algemene Vergadering, aangenomen met dezelfde meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
De resoluties van de Algemene Vergadering aangenomen krachtens de derde en de vierde alinea van dit artikel worden door de Italiaanse Regering ter kennis gebracht van de deelnemende Regeringen.
Binnen een termijn van een jaar, te rekenen vanaf de kennisgeving bedoeld in de vijfde alinea van dit artikel, staat voor de deelnemende Regeringen de mogelijkheid open, op de volgende zitting van de Algemene Vergadering bezwaren in te brengen tegen de resoluties betreffende haar indeling in een categorie. De Vergadering dient zich uit te spreken bij een resolutie aangenomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen; deze resolutie wordt door de Italiaanse Regering ter kennis gebracht van de betrokken deelnemende Regering. Voor deze Regering staat evenwel de mogelijkheid open, haar lidmaatschap van het Instituut op te zeggen volgens de procedure neergelegd in de derde alinea van artikel 19.
De deelnemende Regeringen die met het betalen van hun bijdrage meer dan twee jaar achter zijn, hebben in de Algemene Vergadering geen stemrecht zolang deze achterstand niet is aangezuiverd. Bovendien wordt bij de samenstelling van de op grond van artikel 19 van dit Statuut vereiste meerderheid geen rekening met deze Regeringen gehouden.
Voor de uitoefening van de werkzaamheden van het Instituut stelt de Italiaanse Regering de nodige ruimte ter beschikking.
Er wordt een operationeel Fonds van het Instituut ingesteld, dat is bestemd om, in afwachting van de inning van de door de deelnemende Regeringen verschuldigde bijdragen, de lopende uitgaven te dekken alsmede de onvoorziene uitgaven.
De regels betreffende het operationele Fonds vormen een onderdeel van het Reglement van het Instituut. Zij worden aangenomen en gewijzigd door de Algemene Vergadering met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Statuut van het Internationaal Instituut voor de Eenmaking van het Privaatrecht· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 13 januari 1986