De Hooge Verdragsluitende Partijen erkennen, dat het gebruik maken van gedwongen of verplichten arbeid ernstige gevolgen kan hebben, en verbinden zich ieder voor zoover betreft de gebieden geplaatst onder haar souvereiniteit, rechtspraak, bescherming, suzereiniteit of voogdij, alle geschikte maatregelen te nemen om te voorkomen, dat de gedwongen of verplichte arbeid leidt tot toestanden overeenkomende met slavernij.
Het is wel verstaan:
Dat onder voorbehoud van de overgangsbepalingen, vermeld sub 2 hieronder, de gedwongen of verplichte arbeid slechts geëischt zal mogen worden voor publieke doeleinden;
Dat in gebieden, waar de gedwongen of verplichte arbeid voor andere dan publieke doeleinden nog bestaat, de Hooge Verdragsluitende Partijen er naar zullen streven hieraan geleidelijk en zoo spoedig mogelijk een einde te maken en dat, zoo lang deze gedwongen of verplichte arbeid nog bestaat, daarvan slechts zal worden gebruik gemaakt bij wijze van uitzondering tegen een billijke vergoeding en op voorwaarde, dat deze arbeid niet een verandering van de gewone verblijfplaats zal mogen medebrengen;
En dat in alle gevallen de centrale bevoegde autoriteiten van het betrokken gebied de verantwoordelijkheid zullen dragen voor het gebruik maken van gedwongen of verplichten arbeid.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verdrag inzake de slavernij· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 7 januari 1928