Elke der hooge verdragsluitende partijen zal bevoegd zijn de bijeenkomst uit te lokken van eene nieuwe conferentie, na drie jaren, te rekenen van het in werking treden van dit verdrag, ten einde na te gaan welke verbeteringen daarin zouden kunnen aangebracht worden, en inzonderheid om zoo mogelijk de sfeer der toepasselijkheid er van uit te breiden.
De Mogendheid, die van deze bevoegdheid gebruik zal willen maken, zal haar verlangen daartoe aan de andere Mogendheden kenbaar maken door bemiddeling van de Belgische regeering, welke zich verbindt de conferentie alsdan binnen zes maanden samen te roepen.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 maart 1913