**(1).** De kosten van het Bureau van het Internationale Verbond worden door de landen van het Verbond gezamenlijk gedragen. Tot nader besluit zullen zij een bedrag van honderd en twintig duizend Zwitsersche francs per jaar niet te boven mogen gaan. Dit bedrag zal zoo noodig kunnen worden verhoogd door een eenstemmig besluit van een der Conferenties bedoeld in artikel 24.
**(2).** Om de bijdrage van elk land in de totaalkosten te berekenen worden de landen van het Verbond en zij die later tot het Verbond zullen toetreden verdeeld in zes klassen, die elk in verhouding van een zeker aantal eenheden bijdragen, te weten:
1ste
klasse ..............
25
eenheden;
2de
” .......................
20
”
3de
” .......................
15
”
4de
” .......................
10
”
5de
” .......................
5
”
6de
” .......................
3
”
**(3).** Deze coëfficiënten worden vermenigvuldigd met het aantal landen van elke klasse en de som der producten aldus verkregen vormt het getal eenheden, waardoor de totaalkosten moeten worden gedeeld. Het quotiënt geeft het bedrag van de kosten-eenheid.
**(4).** Elk land legt bij zijn toetreding eene verklaring af nopens de klasse waarin het vraagt te worden ondergebracht, maar het kan altijd later verklaren te wenschen in een andere klasse te worden opgenomen.
**(5).** De Zwitsersche administratie ontwerpt de begrooting van het Bureau en houdt toezicht op de uitgaven; zij verstrekt de noodige voorschotten en stelt de jaarlijksche rekening vast, die aan alle andere administraties zal worden medegedeeld.
Artikel 23
Artikel 23
Onderdeel van Berner Conventie tot bescherming van letterkundige en kunstwerken van 9 september 1886, herzien te Berlijn op 13 november 1908 en te Rome op 2 juni 1928· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1931