Voor wat in het bijzonder betreft de premiën, welke door de Belgische Regeering worden verleend voor het vervoer langs den Rijn van bepaalde goederen, stroomopwaarts en stroomafwaarts, wordt overeengekomen, dat gedurende het tijdsverloop van tien jaar, bepaald in het vorige artikel, het gezamenlijke jaarlijksche bedrag, dat thans voor den dienst van die premiën is bestemd, niet zal worden verhoogd, dat het tarief van de premiën per ton, zooals die worden toegekend, niet zal worden verhoogd, en dat geen premiën zullen worden toegekend aan goederen, welke die thans niet genieten.
Eveneens wordt overeengekomen, dat in het geval, dat gedurende een jaar het vervoer te water uit de Belgische zeehavens met bestemming voor den Rijn boven de grens tusschen Nederland en Duitschland in totaal 24 % mocht overschrijden van de som van het vervoer te water, dat bij genoemde grens aankomt, zoowel van de Belgische zeehavens als van de Nederlandsche zeehavens, de Belgische Regeering zich verbindt over te gaan tot een herziening van het stelsel der premiën, zoodanig, dat het Rijnverkeer afkomstig uit de Belgische zeehavens wordt teruggebracht beneden de grens van 24 %, bedoeld in dit lid.
Het gezamenlijke jaarlijksche bedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 16.400.000 Belgische francs, waarvan ten hoogste 4.000.000 zullen kunnen worden bestemd voor het vervoer stroomafwaarts.
Evenwel zal, in het geval, dat gedurende een jaar de verhouding tusschen de beide soorten van vervoer, bedoeld in het tweede lid, tot beneden 18 % mocht dalen, de Belgische Regeering het recht hebben, het stelsel der premiën te herzien. Deze herziening kan slechts worden gehandhaafd, zoolang bedoelde verhouding gedurende één jaar 21 % niet zal hebben bereikt.
De wijze waarop de herzieningen, bedoeld in het tweede en het vierde lid zullen geschieden, zal onderling worden overeengekomen tusschen de Belgische en de Nederlandsche Regeering. Bij gebreke van overeenstemming, zal zij worden bepaald volgens een summiere arbitrage-procedure, welke zonder verwijl zal worden vastgesteld in overeenstemming tusschen de beide belanghebbende Regeeringen.
Nederland ziet, gedurende hetzelfde tijdsverloop van tien jaar, af van het toekennen van premiën aan het vervoer afkomstig van of bestemd voor den Rijn.
Het Rijn-zeeverkeer zonder overlading wordt niet beschouwd als vervoer over den Rijn in den zin van dit artikel.
Voor de toepassing van dit artikel worden als Belgische zeehavens beschouwd:
Antwerpen, Gent, Selzaete, Brussel, Brugge, Zeebrugge, Oostende, Leuven, Dendermonde en Nieuwpoort,
en als Nederlandsche zeehavens:
Rotterdam met ingebrip van Schiedam, Vlaardingen en Hoek van Holland, Amsterdam, Dordrecht, Terneuzen, Sluiskil, Vlissingen, Velsen, Harlingen en Delfzijl.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Overeenkomst nopens verschillende vraagstukken betreffende het stelsel toepasselijk op de Rijnvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 3 april 1939