De contracteerende Staten verbinden zich, te aanvaarden, dat de beginselen, neergelegd in de hoofdstukken III, IV, VII en VIII van het ontwerp tot herziening van de overeenkomst voor de Rijnvaart, vastgesteld te Straatsburg in Mei 1936, binnen het kader van een nieuw algemeen stelsel voor den Rijn zullen worden toegepast op de havens van Amsterdam, Rotterdam met inbegrip van Vlaardingen, Schiedam en Hoek van Holland, Dordrecht, Antwerpen en Gent, en dat het vervoer langs den Rijn, bestemd voor of afkomstig zoowel van genoemde havens als van de open zee of van België, voor wat betreft de onderwerpen bedoeld in genoemde hoofdstukken, zal worden behandeld zooals dit het geval zou zijn op den Rijn zelf.
Binnen het kader van het hierboven bedoelde nieuwe algemeene stelsel voor den Rijn, zullen de maatregelen, omschreven in de artikelen 2, 3, 4 en 5 van deze overeenkomst, blijven gelden.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Overeenkomst nopens verschillende vraagstukken betreffende het stelsel toepasselijk op de Rijnvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 3 april 1939