Bij het vervoer van reizigers en bagage zijn de in artikel 22 bedoelde aansprakelijkheidsgrenzen niet van toepassing indien wordt bewezen, dat de schade het gevolg is van een handelen of nalaten van de vervoerder of diens ondergeschikten, gedaan hetzij met het opzet schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met het bewustzijn dat schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien; in geval van een handelen of nalaten van ondergeschikten dient tevens te worden bewezen, dat zij hebben gehandeld in de uitoefening van hun dienstbetrekking.
HOOFDSTUK III
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 14 juni 1998