Naar hoofdinhoud

Artikel X

Artikel X

Onderdeel van Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 6 februari 2014

1)Zoals gewijzigd bij het Protocol van Madrid, dat op 10 maart 2005 in werking trad. 1. De Commissie stelt een begroting vast voor haar gezamenlijke uitgaven voor de periode van twee jaar na elke gewone zitting. 2. Elke verdragsluitende partij draagt jaarlijks een bedrag af voor de begroting van de Commissie dat wordt berekend aan de hand van een schema voorzien in het financieel reglement, zoals door de Commissie aangenomen. Bij het aannemen van dit schema dient de Commissie onder andere rekening te houden met de vaste basisbedragen voor het lidmaatschap van de Commissie en de werkgroepen, de som van het levend gewicht en het nettogewicht van de geproduceerde conserven van Atlantische tonijn en tonijnachtigen en de economische ontwikkeling van de verdragsluitende partijen. Het schema van jaarlijkse bijdragen in het financieel reglement wordt uitsluitend vastgesteld of gewijzigd na overeenstemming met alle verdragsluitende partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen. De verdragsluitende partijen worden hiervan negentig dagen van tevoren in kennis gesteld. 3. De Raad onderzoekt de tweede helft van de tweejarige begroting tijdens zijn gewone zitting, die plaatsvindt tussen twee zittingen van de Commissie, en kan, op grond van de situatie op dat ogenblik en de verwachte ontwikkelingen, binnen de door de Commissie vastgestelde totale begroting een herverdeling toestaan van de voor het tweede jaar in de begroting opgenomen bedragen. 4. De uitvoerend secretaris van de Commissie stelt elke verdragsluitende partij in kennis van haar jaarlijkse bijdrage. De bijdragen zijn verschuldigd op 1 januari van het jaar waarop zij betrekking hebben. De bijdragen die niet voor 1 januari van het daaropvolgende jaar zijn betaald, worden als achterstallige bijdragen beschouwd. 5. De bijdragen voor de tweejarige begroting worden betaald in de door de Commissie vastgestelde munteenheid. 6. De Commissie stelt tijdens haar eerste zitting een begroting op voor het resterende gedeelte van het eerste jaar waarin zij in functie is en voor de daaropvolgende periode van twee jaar. Zij zendt de verdragsluitende partijen onverwijld een afschrift van deze begrotingen toe en stelt hen in kennis van hun respectieve bijdragen voor het eerste jaar. 7. Voor de daaropvolgende jaren zendt de uitvoerend secretaris ten minste zestig dagen vóór de gewone zitting van de Commissie die voorafgaat aan de tweejarige periode, aan elke verdragsluitende partij een ontwerpbegroting en een schema van de voorgestelde bijdragen toe. 8. De Commissie kan het stemrecht van een verdragsluitende partij schorsen indien de achterstallige bijdrage van die partij gelijk is aan of hoger dan de door de verdragsluitende partij verschuldigde bijdrage voor de voorgaande twee jaar. 9. De Commissie vormt een fonds waarin het werkkapitaal wordt ondergebracht voor de financiering van haar werkzaamheden in afwachting van de ontvangst van de jaarlijkse bijdragen en voor andere door haar vast te stellen doeleinden. De Commissie stelt de omvang van het fonds vast, maakt een raming van de voor de vorming van dit fonds benodigde voorschotten en neemt regels aan voor de aanwending van het fonds. 10. De Commissie treft maatregelen voor een jaarlijkse onafhankelijke controle van haar rekeningen. De verslagen daarvan worden onderzocht en goedgekeurd door de Commissie of door de Raad in de jaren waarin geen gewone zitting van de Commissie wordt gehouden. 11. De Commissie kan voor de uitvoering van haar werkzaamheden andere dan de in het tweede lid bedoelde bijdragen aanvaarden.

Rechtspraak bij dit artikel