**1.** Indien de verzoekende Partij geen enkel document, als bedoeld in artikel 8 van de Overeenkomst, kan overleggen en de aangezochte Partij de nationaliteit van die persoon niet op een andere wijze kan vaststellen, ondervraagt de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij, op verzoek van de verzoekende Partij, de terug te nemen persoon binnen vier dagen na de indiening van het verzoek om terugname. Het verzoek om terugname wordt schriftelijk beantwoord binnen de in artikel 10, tweede lid, van de Overeenkomst bepaalde termijnen.
**2.** De verzoekende Partij vervoert de te ondervragen persoon naar de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij. De ondervraging kan in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen buiten de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij plaatsvinden. De kosten van vervoer worden gedragen door de verzoekende Partij.
**3.** Indien de ondervraging met de terug te nemen persoon om praktische redenen niet binnen de in het eerste lid bepaalde termijn werd georganiseerd, neemt de aangezochte Partij op schriftelijk verzoek van de verzoekende Partij een besluit over het verzoek om terugname nadat de ondervraging heeft plaatsgevonden.
Artikel 7
Ondervragingen (Artikel 19, eerste lid, van de Overeenkomst)
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2018