**1.** Vissersvaartuigen zijn tijdens hun verblijf in de havens van een andere partij onderworpen aan controle door functionarissen die door die partij naar behoren zijn gemachtigd om erop toe te zien dat alle aan boord dienst doende personen die volgens het Verdrag gediplomeerd moeten zijn de desbetreffende bewijzen bezitten of in het bezit zijn van een passende ontheffing.
**2.** Indien wordt verzuimd de in voorschrift I/4, paragraaf 3, genoemde tekortkoming te herstellen en voor zover dit een gevaar oplevert voor personen, zaken of het milieu, neemt de partij die de controle uitvoert stappen om te waarborgen dat het vaartuig niet uitvaart tenzij en totdat zodanig aan deze vereisten is voldaan dat het gevaar is weggenomen. De feiten betreffende de genomen maatregelen worden onverwijld aan de Secretaris-Generaal en aan de administratie medegedeeld.
**3.** Bij het uitoefenen van de controles:
moet al het mogelijke in het werk worden gesteld teneinde te voorkomen dat het vaartuig onnodig wordt opgehouden of vertraagd. Indien een vaartuig onnodig wordt opgehouden of vertraagd, ontstaat er recht op schadevergoeding voor daaruit voortvloeiende verliezen of schade; en
mag de beoordelingsvrijheid die in het geval van personeel van buitenlandse vissersvaartuigen is toegestaan niet minder zijn dan die wordt toegekend aan personeel van vaartuigen die de vlag van de havenstaat voeren.
**4.** Dit artikel wordt waar nodig toegepast om te waarborgen dat aan vaartuigen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van een staat die geen partij is, geen gunstiger behandeling wordt gegeven dan een vaartuig dat gerechtigd is de vlag te voeren van een staat die partij is.
Artikel 8
Controle
Onderdeel van Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, 1995· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 maart 2019