**1.** Elke partij verplicht zich waar dat tot haar mogelijkheden behoort te voorzien in middelen ten behoeve van die nationale activiteiten die bedoeld zijn om dit Verdrag uit te voeren, in overeenstemming met haar nationale beleid, prioriteiten, plannen en programma’s. Dergelijke middelen kunnen nationale financiering door relevant beleid, ontwikkelingsstrategieën en nationale budgetten omvatten en bilaterale en multilaterale financiering, alsmede betrokkenheid van de particuliere sector.
**2.** De algehele effectiviteit van de uitvoering van dit Verdrag door partijen die ontwikkelingslanden zijn hangt samen met de effectieve uitvoering van dit artikel.
**3.** Multilaterale, regionale en bilaterale bronnen die voorzien in financiële en technische bijstand, alsmede capaciteitsopbouw en technologieoverdracht, worden met klem aangemoedigd hun activiteiten inzake kwik te verbeteren en uit te breiden ter ondersteuning van partijen die ontwikkelingslanden zijn bij de uitvoering van dit Verdrag wat betreft financiële bronnen, technische bijstand en technologieoverdracht.
**4.** De partijen houden bij hun activiteiten omtrent de financiering ten volle rekening met de specifieke behoeften en speciale omstandigheden van partijen die kleine eilandstaten in ontwikkeling of minst ontwikkelde landen zijn.
**5.** Hierbij wordt een mechanisme ingesteld dat tijdig voorziet in toereikende en voorspelbare financiële middelen. Het mechanisme dient partijen die ontwikkelingslanden zijn en partijen met een overgangseconomie te ondersteunen bij de uitvoering van hun verplichtingen ingevolge dit Verdrag.
**6.** Het mechanisme omvat:
het Global Environment Facility Trust Fund; en
een specifiek internationaal programma ter ondersteuning van capaciteitsopbouw en technische bijstand.
**7.** Het Global Environment Facility Trust Fund verstrekt tijdig nieuwe, voorspelbare en toereikende financiële middelen ter dekking van kosten voor de invoering van dit Verdrag zoals overeengekomen door de Conferentie van de partijen. Voor de toepassing van dit Verdrag functioneert het Global Environment Facility Trust Fund onder leiding van de Conferentie van de partijen, waaraan zij verantwoording aflegt. De Conferentie van de partijen verstrekt richtlijnen voor de algemene strategieën, beleidsvoornemens, programmaprioriteiten en voorwaarden voor de toegang tot en gebruik van financiële middelen. Daarnaast verstrekt de Conferentie van de partijen richtlijnen voor een indicatieve lijst van categorieën van activiteiten waarvoor steun uit het Global Environment Facility Trust Fund zou kunnen worden verleend. Het Global Environment Facility Trust Fund verstrekt middelen om de overeengekomen meerkosten van de mondiale milieuvoordelen en de overeengekomen volledige kosten van sommige faciliterende activiteiten te dekken.
**8.** Bij het verstrekken van middelen voor een activiteit dient het Global Environment Facility Trust Fund rekening te houden met de potentiële kwikreducties van een voorgestelde activiteit ten opzichte van de kosten ervan.
**9.** Voor de toepassing van dit Verdrag functioneert het in het zesde lid, onderdeel b, bedoelde programma onder de leiding van de Conferentie van de partijen, waaraan zij verantwoording aflegt. De Conferentie van de partijen beslist tijdens haar eerste vergadering welk instituut, hetgeen een bestaande entiteit dient te zijn, gastheer van het programma is en verstrekt dit instituut hieromtrent richtlijnen, waaronder over de duur van het programma. Alle partijen en andere relevante belanghebbenden worden uitgenodigd op vrijwillige basis financiële middelen ter beschikking te stellen van het programma.
**10.** De Conferentie van de partijen en de entiteiten die het mechanisme vormen, komen tijdens de eerste vergadering van de Conferentie van de partijen regelingen overeen voor de uitvoering van de bovenstaande leden.
**11.** De Conferentie van de partijen toetst, uiterlijk tijdens haar derde vergadering en daarna op regelmatige basis, het financieringsniveau, de richtlijnen van de Conferentie van de partijen voor de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het functioneren van het ingevolge dit artikel ingestelde mechanisme en de effectiviteit daarvan, en hun vermogen in te spelen op de veranderende behoeften van partijen die ontwikkelingslanden zijn en partijen met een overgangseconomie. De Conferentie van de partijen neemt op basis van deze toetsing passende maatregelen om de effectiviteit van het mechanisme te verbeteren.
**12.** Alle partijen worden uitgenodigd, binnen hun mogelijkheden, bij te dragen aan het mechanisme. Met het mechanisme wordt het verstrekken van middelen uit andere bronnen, waaronder de particuliere sector, aangemoedigd en beoogd wordt hiermee nieuwe middelen aan te trekken voor de ondersteunde activiteiten.
Artikel 13
Financiële middelen en financieringsmechanisme
Onderdeel van Verdrag van Minamata inzake kwik· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 augustus 2017