Naar hoofdinhoud

Artikel 25

Beslechting van geschillen

Onderdeel van Verdrag van Minamata inzake kwik· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 augustus 2017

1. Indien tussen partijen een geschil ontstaat betreffende de uitleg of de toepassing van dit Verdrag, trachten de betrokken partijen dit geschil door middel van onderhandelingen of op een andere door henzelf te kiezen vreedzame wijze te regelen. 2. Bij de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dan wel de toetreding tot dit Verdrag of op enig tijdstip daarna kan een partij die geen regionale organisatie voor economische integratie is, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris, verklaren dat zij met betrekking tot een geschil betreffende de uitleg of de toepassing van dit Verdrag één van of beide van de volgende wijzen van geschillenbeslechting als bindend aanvaardt ten aanzien van elke partij die dezelfde verplichting op zich neemt: arbitrage in overeenstemming met de procedure omschreven in Deel I van Bijlage E; voorlegging van het geschil aan het Internationaal Gerechtshof. 3. Een partij die een regionale organisatie voor economische integratie is, kan in overeenstemming met het tweede lid een verklaring van gelijke strekking afleggen met betrekking tot arbitrage. 4. Een uit hoofde van het tweede of derde lid afgelegde verklaring blijft van kracht totdat zij overeenkomstig de daarin vermelde voorwaarden haar geldigheid verliest, of tot drie maanden na nederlegging van de schriftelijke kennisgeving van herroeping bij de depositaris. 5. Het vervallen van de geldigheid van een verklaring, een kennisgeving van herroeping of een nieuwe verklaring heeft generlei gevolgen voor geschillen die reeds bij een scheidsgerecht of bij het Internationaal Gerechtshof aanhangig zijn gemaakt, tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen. 6. Indien de partijen bij een geschil niet hetzelfde middel van geschillenbeslechting als bedoeld in het tweede of derde lid hebben aanvaard, en indien zij er binnen twaalf maanden na de kennisgeving van de ene partij aan de andere dat tussen hen een geschil bestaat, niet in geslaagd zijn hun geschil te regelen door middel van het in het eerste lid genoemde middel, wordt het geschil op verzoek van één van de bij het geschil betrokken partijen aan een conciliatiecommissie voorgelegd. De in Deel II van Bijlage E beschreven procedure heeft betrekking op conciliatie ingevolge dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel