Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Beslechting van geschillen tussen een onderdaan van een verdragsluitende partij en de andere verdragsluitende partij

Onderdeel van Verdrag inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten· Arbitrage

1. Met het oog op de beslechting van geschillen betreffende investeringen tussen een verdragsluitende partij en een onderdaan van de andere verdragsluitende partij vindt overleg plaats tussen de betrokken partijen teneinde de zaak in der minne te schikken. 2. Indien dit overleg niet binnen drie maanden na de datum van het schriftelijk verzoek om overleg tot een oplossing leidt, kan de onderdaan het geschil voorleggen aan de bevoegde rechterlijke instantie van de verdragsluitende partij op het grondgebied waarvan de investering is gedaan. 3. Een juridisch geschil betreffende een investering op het grondgebied van de Verenigde Arabische Emiraten kan alleen worden voorgelegd aan ICSID wanneer de onderdaan die partij is bij het geschil, het geschil eerst heeft voorgelegd aan de bevoegde rechterlijke instantie van de Verenigde Arabische Emiraten en het geschil niet tot tevredenheid van de onderdaan is beslecht. Na zes maanden na de datum van het verzoek om overleg kan de onderdaan de zaak voorleggen aan het Internationale Centrum voor de Beslechting van Investeringsgeschillen (ICSID) ter beslechting door conciliatie of arbitrage krachtens het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen staten en onderdanen van andere staten, dat op 18 maart 1965 te Washington werd opengesteld voor ondertekening. 4. Elke verdragsluitende partij stemt ermee in een juridisch geschil dat ontstaat tussen die verdragsluitende partij en een onderdaan van de andere verdragsluitende partij aangaande een investering van die onderdaan op het grondgebied van de eerstgenoemde verdragsluitende partij voor te leggen aan ICSID. 5. Een rechtspersoon die is opgericht of tot stand is gekomen krachtens het recht dat van toepassing is op het grondgebied van een verdragsluitende partij en waarvan, voordat een dergelijk geschil ontstaat, de meerderheid van de aandelen in het bezit is van investeerders van de andere verdragsluitende partij, wordt [in overeenstemming met artikel 25, tweede lid, onderdeel b, van het Verdrag,] voor de toepassing van het Verdrag behandeld als een onderdaan van de andere verdragsluitende partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel