Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1934

De vorm der verbintenissen ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes aangegaan, wordt beoordeeld naar de wet van het land, op welks grondgebied die verbintenissen zijn onderteekend. Indien echter de op een wisselbrief of een orderbriefje aangegane verbintenissen volgens de bepalingen van het voorgaande lid niet rechtsgeldig zijn, doch in overeenstemming zijn met de wetgeving van den Staat, waar een latere verbintenis is onderteekend, doet de omstandigheid, dat de eerst aangegane verbintenissen, wat vorm betreft, ongeldig zijn, geen afbreuk aan de geldigheid van de later aangegane verbintenis. Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen is bevoegd te bepalen, dat de verbintenissen ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes door een harer onderdanen in het buitenland aangegaan, tegenover een van haar andere onderdanen op haar grondgebied geldig zullen zijn, mits zij worden aangegaan in den vorm, door de nationale wet voorgeschreven.

Rechtspraak bij dit artikel