**1.** Ten aanzien van in- en uitvoerrechten en enigerlei heffingen terzake van of in verband met in- of uitvoer of terzake van de overmaking naar of uit het buitenland van gelden ter betaling van importen of exporten, alsmede ten aanzien van de wijze van heffing van zodanige rechten en heffingen en voorts ten aanzien van alle regels en formaliteiten nopens in- en uitvoer, alsmede ten aanzien van alle in de leden 2 en 4 van artikel III bedoelde aangelegenheden, zal elk voordeel, elke gunst, elk voorrecht of elke vrijstelling welke een der verdragsluitende partijen verleent aan enig produkt van oorsprong uit of bestemd voor enig ander land, terstond en onvoorwaardelijk worden verleend aan het overeenkomstige produkt van oorsprong uit of bestemd voor het grondgebied van alle andere verdragsluitende partijen.
**2.** De bepalingen van lid 1 van dit artikel vereisen niet de afschaffing van enige preferenties met betrekking tot invoerrechten of -heffingen welke de in lid 4 van dit artikel vastgestelde hoogte niet te boven gaan en onder de volgende categorieën vallen:
preferenties uitsluitend van kracht tussen twee of meer der gebieden vermeld in Bijlage A, en behoudens de daarin genoemde voorwaarden;
preferenties uitsluitend van kracht tussen twee of meer gebieden welke op 1 juli 1939 waren verbonden door gemeenschappelijke soevereiniteit of protectoraats- of suzereiniteitsbetrekkingen en welke zijn vermeld in de Bijlagen B, C en D, behoudens de daarin genoemde voorwaarden;
preferenties uitsluitend van kracht tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Cuba;
preferenties uitsluitend van kracht tussen nabuurlanden vermeld in de Bijlagen E en F.
**3.** De bepalingen van lid 1 zullen niet van toepassing zijn op de preferenties tussen de landen die eertijds een deel van het Ottomaanse Keizerrijk uitmaakten en die op 24 juli 1923 daarvan zijn afgescheiden, op voorwaarde dat zodanige preferenties worden toegestaan krachtens lid 5 van artikel XXV, welk lid in dit opzicht zal worden toegepast met inachtneming van lid 1 van artikel XXIX.
**4.** De preferentiële marge voor een produkt ten aanzien waarvan een preferentie is toegestaan ingevolge lid 2 van dit artikel, mag, voor zover niet uitdrukkelijk een maximale marge is vermeld in de desbetreffende aan deze Overeenkomst gehechte Lijst:
wat betreft de rechten of heffingen op enig in bovenbedoelde Lijst omschreven produkt, niet hoger zijn dan het daarin vastgelegde verschil tussen het meestbegunstigings- en het preferentiële recht; indien geen preferentieel recht is vastgesteld, wordt als zodanig voor de toepassing van dit lid beschouwd dat recht dat op 10 april 1947 van kracht was; en indien geen meestbegunstigingsrecht is vastgesteld, mag de marge het verschil dat op 10 april 1947 tussen het meestbegunstigings- en het preferentiële recht bestond, niet overschrijden;
wat betreft de rechten of heffingen op enig niet in bovenbedoelde Lijst omschreven produkt, niet hoger zijn dan het verschil tussen het meestbegunstigings- en het preferentiële recht zoals dit op 10 april 1947 bestond.
Wat betreft de verdragsluitende partijen genoemd in Bijlage G, wordt de onder (a) en (b) van dit lid vermelde datum 10 april 1947 vervangen door de respectieve data welke in voormelde Bijlage zijn vermeld.
De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk
gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in
Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1
januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en
gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van
Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.
DEEL I
Artikel I
Algehele meestbegunstiging
Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht