Naar hoofdinhoud

DEEL II

Artikel IX

Merken van oorsprong

Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht

1. Elke verdragsluitende partij behandelt de produkten van het grondgebied van andere verdragsluitende partijen met betrekking tot merkingsvoorschriften niet ongunstiger dan de overeenkomstige produkten uit een derde land. 2. De verdragsluitende partijen erkennen, dat bij het aanvaarden en ten uitvoer leggen van wetten en voorschriften met betrekking tot merken van oorsprong de moeilijkheden en ongemakken welke zulke maatregelen voor de handel en de industrie van exporterende landen veroorzaken, tot het uiterste dienen te worden beperkt, waarbij rekening dient te worden gehouden met de noodzaak consumenten te beschermen tegen bedrieglijke of misleidende aanduidingen. 3. In alle gevallen waarin het administratief mogelijk is dienen de verdragsluitende partijen toe te staan, dat de vereiste merken van oorsprong worden aangebracht op het tijdstip van invoer. 4. De wetten en regelingen van verdragsluitende partijen met betrekking tot het merken van ingevoerde produkten moeten zodanig zijn, dat zij kunnen worden nageleefd zonder dat de produkten daardoor ernstig worden beschadigd of hun waarde aanzienlijk wordt verminderd of hun kostprijs onredelijk wordt verhoogd. 5. In het algemeen behoort geen der verdragsluitende partijen een bijzonder recht te hebben of een bijzondere boete op te leggen wegens het niet nakomen van de merkingsvoorschriften voordat invoer plaatsvindt, tenzij de correctie der merken onredelijk lang wordt uitgesteld, misleidende merken zijn aangebracht of de vereiste merking met opzet is nagelaten. 6. De verdragsluitende partijen dienen samen te werken teneinde te voorkomen, dat handelsbenamingen worden gebruikt om een valse voorstelling te geven omtrent de ware oorsprong van een produkt, zulks tot schade van die specifieke gewestelijke of aardrijkskundige benamingen van voortbrengselen van het grondgebied van een verdragsluitende partij welke wettelijke bescherming genieten. Elke verdragsluitende partij dient haar volle en welwillende aandacht te schenken aan de tot haar gerichte verzoeken of vertogen van een andere verdragsluitende partij met betrekking tot de nakoming van de in de vorige zin genoemde verplichting ten aanzien van benamingen van produkten welke haar door de andere verdragsluitende partij zijn medegedeeld. De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1 januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.

Rechtspraak bij dit artikel