Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

Deelnemers

Onderdeel van Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019

1. Aan de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op basis van dit Verdrag kunnen, binnen het kader van de bevoegdheden ingevolge hun interne recht, deelnemen: de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag; alle overheden van een Partij bij dit Verdrag; alle publieke instellingen, in de meest ruime zin van het woord, met zetel op het grondgebied van de Partijen bij dit Verdrag, met inbegrip van overheidsbedrijven, rechtspersonen die hoofdzakelijk door overheden worden gefinancierd of gecontroleerd, en rechtspersonen die, op grond van een concessie of wettelijke opdracht, openbare functies vervullen; samenwerkingsverbanden tussen deze deelnemers. 2. Deze grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking is slechts mogelijk in het kader van de wetgeving van de betrokken Partijen en op voorwaarde dat de deelname zich uitstrekt over het grondgebied van ten minste twee Partijen bij dit Verdrag, waarvan er ten minste één Lidstaat is van de Benelux Unie. 3. Natuurlijke personen kunnen niet deelnemen aan de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op basis van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel