Van 1 November 1924 af zal iedere Staat, die vertegenwoordigd was op de in art. 1 bedoelde Conferentie, ieder Lid van den Volkenbond en iedere Staat, aan wien de Raad van den Volkenbond te dien einde een exemplaar van het verdrag heeft doen toekomen, tot dit verdrag kunnen toetreden.
Deze toetreding zal geschieden door middel van een oorkonde, die aan den Secretaris-Generaal van den VoIkenbond wordt toegezonden, teneinde in de archieven van het Secretariaat te worden nedergelegd. De Secretaris-Generaal zal van die nederlegging onmiddellijk kennis geven aan alle Staten, die het verdrag hebben onderteekend of tot het verdrag zijn toegetreden.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 22 mei 1928