Naar hoofdinhoud
1. In overeenstemming met de doelstellingen van dit Verdrag zullen de Partijen de totstandkoming van contacten en samenwerking tussen betrokken instellingen, organisaties en personen in beide landen bevorderen op de gebieden waarop dit Verdrag van toepassing is. 2. Bij de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag wordt naar behoren rekening gehouden met de autonomie van de desbetreffende instellingen en lichamen. Hun vrijheid wederzijdse betrekkingen en overeenkomsten aan te gaan en te handhaven wordt erkend, met inachtneming van de wetten en constituties van hun respectieve Staten.

Rechtspraak bij dit artikel