Naar hoofdinhoud
De partijen verplichten zich onverminderd het nationale recht te bewerkstelligen, dat in haar reglementen bepalingen worden opgenomen, ingevolge waarvan de oevereigenaren langs de grensscheidende beekgedeelten van de Kendel, verplicht worden, bij nieuwe beplantingen van bomen en struiken een afstand in acht te nemen van tenminste 2 m, gerekend vanuit de bovenkant van het talud, onderhoudswerkzaamheden – ook met machines – te dulden, de afvalmaterialen te accepteren en het tijdelijk plaatsen van onderhoudsmachines en -materialen te dulden, het betreden van hun percelen, door toezichthoudend personeel, schouwcommissies en dergelijke personen te dulden voor zover deze met het onderhoud zijn belast, op hun percelen, voor zover deze als weiland worden benut, afrasteringen aan te brengen op een afstand van tenminste 1 m, gerekend vanuit de bovenkant van het talud, zodat het vee de oevers niet kan betreden en voorts de afrasteringen te onderhouden.

Rechtspraak bij dit artikel