Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag betreffende de Spitsbergen Archipel, met inbegrip van het Bereneiland· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 14 augustus 1925

Schepen en onderdanen van alle Hooge Verdragsluitende Partijen zullen gelijkelijk in het genot worden gesteld van het visch- en jachtrecht in de gebieden aangeduid in artikel 1 en in de territoriale wateren van die gebieden. Noorwegen zal bevoegd zijn de maatregelen te handhaven, te nemen of uit te vaardigen, geëigend om de instandhouding, en zoo noodig het herstel, van de fauna en de flora in genoemde streken en haar territoriale wateren te verzekeren, met dien verstande, dat deze maatregelen altijd gelijkelijk van toepassing zullen moeten zijn op de onderdanen van alle Hooge Verdragsluitende Partijen, zonder eenige directe of indirecte vrijstelling, voorrecht of gunst, welke ook, ten voordeele van een Harer. Zij, die grond in bezit hebben en wier rechten erkend zijn overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 6 en 7, zullen op hun eigen grond het uitsluitend jachtrecht genieten: 1°. in de nabijheid van hun woningen, huizen, magazijnen, fabrieken en installaties aangebracht voor de ontginning van hun eigendom, op de voorwaarden vastgesteld door de plaatselijke politieregelingen; 2°. binnen een kring met een straal van 10 Kilometer getrokken van uit den hoofdzetel van hun ondernemingen of exploitaties, in beide gevallen onder voorbehoud van de nakoming van de regelingen uitgevaardigd door de Noorsche Regeering in overeenstemming met de voorwaarden, neergelegd in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel