Naar hoofdinhoud
1. De bepalingen van dit Verdrag worden voorlopig toegepast vanaf de datum van totstandkoming van dit Verdrag, met uitzondering van de artikelen 6, 7 en 8. 2. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat beide partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de wettelijke vereisten voor inwerkingtreding is voldaan. 3. Dit Verdrag kan met wederzijdse instemming van beide partijen worden gewijzigd. 4. Dit Verdrag houdt op van kracht te zijn met wederzijdse instemming van de partijen, indien de interim zetel van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof wordt verwijderd van het grondgebied van Nederland of indien het Restmechanisme voor het Speciaal Hof wordt ontbonden, met uitzondering van bepalingen die van toepassing kunnen zijn in verband met de ordentelijke beëindiging van de werkzaamheden van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof op zijn interim zetel in Nederland en de vervreemding van zijn bezittingen aldaar, alsmede van bepalingen inzake immuniteit ten aanzien van elke juridische procedure met betrekking tot woorden die zijn gesproken of geschreven of handelingen die zijn verricht in een officiële hoedanigheid ingevolge dit Verdrag. 5. Dit Verdrag is slechts van toepassing op het deel van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa.

Rechtspraak bij dit artikel