Naar hoofdinhoud
1. De voorrechten en immuniteiten worden aan de rechters, de aanklager en de griffier verleend in het belang van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof en niet voor het persoonlijk voordeel van de personen zelf. Het recht en de verplichting afstand te doen van immuniteit in gevallen waarin daarvan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij is toegekend, berust bij de Secretaris-Generaal in samenspraak met de president. 2. De voorrechten en immuniteiten worden aan het personeel dat werkzaam is bij het Restmechanisme voor het Speciaal Hof verleend in het belang van het Hof en niet voor het persoonlijk voordeel van de personen zelf. Het recht en de verplichting afstand te doen van immuniteit in gevallen waarin daarvan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij is toegekend, berust bij de griffier van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof. 3. Daarnaast zijn op het Restmechanisme voor het Speciaal Hof de volgende regels van toepassing inzake het opheffen van voorrechten en immuniteiten: De voorrechten en immuniteiten van personeelsleden die lokaal zijn geworven en op uurbasis worden betaald en op wie dit artikel niet anderszins van toepassing is, kunnen door de griffier worden opgeheven. De voorrechten en immuniteiten van raadslieden, getuigen, deskundigen en personen die missies voor het Restmechanisme voor het Speciaal Hof uitvoeren kunnen door de president worden opgeheven.

Rechtspraak bij dit artikel