Wanneer iemand wegens een strafbaar feit onherroepelijk is veroordeeld en het vonnis vervolgens is vernietigd of wanneer hem daarna gratie is verleend, op grond van de overweging dat een nieuw of een pas aan het licht gekomen feit onomstotelijk aantoont dat van een gerechtelijke dwaling sprake is, wordt degene die als gevolg van die veroordeling straf heeft ondergaan schadeloos gesteld overeenkomstig de wet of de praktijk van de betrokken Staat, tenzij wordt aangetoond dat het niet tijdig bekend worden van het onbekende feit geheel of gedeeltelijk aan hem te wijten is.
Artikel 3
Schadeloosstelling in geval van gerechtelijke dwaling
Onderdeel van Zevende Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht