Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika· Ondernemingspraktijk

1. De Internationale Organisatie voor Atoomenergie en de bij dit Verdrag ingestelde Raad zijn bevoegd in de volgende gevallen bijzondere inspecties te doen uitvoeren: Wat de Internationale Organisatie voor Atoomenergie betreft, in overeenstemming met de overeenkomsten bedoeld in artikel 13 van dit Verdrag; Wat de Raad betreft: Wanneer een Partij die veronderstelt dat een ingevolge dit VerVerdrag verboden handeling is verricht of op het punt staat te worden verricht hetzij op het grondgebied van een andere Partij, hetzij elders, namens die Partij, daarom met opgaaf van redenen verzoekt, laat de Raad overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, vijfde lid, een zodanige inspectie onverwijld uitvoeren. Wanneer een Partij die ervan wordt verdacht of beschuldigd dat zij de bepalingen van dit Verdrag heeft geschonden, daarom verzoekt, laat de Raad overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, vijfde lid, de bijzondere inspectie waarom wordt verzocht onverwijld uitvoeren. De bovenstaande verzoeken worden aan de Raad gericht door tussenkomst van de Algemene Secretaris. 2. De kosten van een ingevolge het bepaalde in het eerste lid, paragraaf b, onder (i) en (ii) van dit artikel uitgevoerde bijzondere inspectie en de daarmede gemoeide uitgaven zijn voor rekening van de Partij of Partijen die daarom verzoeken, tenzij de Raad op grond van het verslag over de bijzondere inspectie besluit dat, gezien de op het geval betrekking hebbende omstandigheden, deze kosten en uitgaven voor rekening van de Organisatie dienen te zijn. 3. De Algemene Conferentie bepaalt de procedures voor de organisatie en uitvoering van bijzondere inspecties zoals bedoeld in het eerste lid, paragraaf b, onder (i) en (ii) van dit artikel. 4. De Verdragsluitende Partijen nemen de verplichting op zich de inspecteurs die deze bijzondere inspecties uitvoeren onbeperkte en vrije toegang te verlenen tot alle plaatsen en alle gegevens die voor hen van belang kunnen zijn voor de uitvoering van hun taak en die rechtstreeks en ten nauwste samenhangen met de verdenking van inbreuk op de bepalingen van dit Verdrag. Indien daarom wordt verzocht door de autoriteiten van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied de inspectie wordt uitgevoerd, worden de door de Algemene Conferentie aangewezen inspecteurs vergezeld door vertegenwoordigers van bedoelde autoriteiten mits hierdoor het werk van de inspecteurs op generlei wijze wordt vertraagd of belemmerd. 5. De Raad doet, door tussenkomst van de Algemene Secretaris, onmiddellijk alle Partijen een afschrift toekomen van elk verslag over een uitgevoerde bijzondere inspectie. 6. Eveneens doet de Raad, door tussenkomst van de Algemene Secretaris, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, ter doorgeleiding aan de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering der Verenigde Naties, alsmede te zijner informatie aan de Raad van de Organisatie van Amerikaanse Staten, een afschrift toekomen van elk verslag van een bijzondere inspectie uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, paragraaf b, onder (i) en (ii) van dit artikel. 7. De Raad kan besluiten tot, of een Verdragsluitende Partij kan verzoeken om, de bijeenroeping van een bijzondere zitting van de Algemene Conferentie ter behandeling van de verslagen die betrekking hebben op een bijzondere inspectie. In zulk een geval neemt de Algemene Secretaris onverwijld maatregelen ter bijeenroeping van de bijzondere zitting waarom is verzocht. 8. De Algemene Conferentie, ingevolge dit artikel in bijzondere zitting bijeengeroepen, kan aanbevelingen doen aan de Verdragsluitende Partijen en verslagen voorleggen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter doorgeleiding aan de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering der Verenigde Naties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel