Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 18

Artikel 18

Onderdeel van Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika· Ondernemingspraktijk

1. De Verdragsluitende Partijen kunnen voor vreedzame doeleinden explosies van nucleaire apparaten uitvoeren – met inbegrip van explosies, waarbij gebruik wordt gemaakt van apparaten die gelijken op die welke bij de kernbewapening worden gebruikt – of voor dit doel met anderen samenwerken, mits zij dit doen overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en de andere bepalingen van het Verdrag, met name de artikelen 1 en 5. 2. Verdragsluitende Partijen die voornemens zijn een zodanige explosie uit te voeren of daartoe hun medewerking te verlenen, geven de Organisatie en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie zo lang van te voren als de omstandigheden gebieden, kennis van het tijdstip van de explosie en verstrekken tegelijkertijd de volgende gegevens: de aard van het nucleaire apparaat en de herkomst ervan, de plaats en het doel van de voorgenomen explosie, de procedures die zullen worden gevolgd ter nakoming van het bepaalde in het derde lid van dit artikel, het verwachte vermogen van het apparaat, en zo volledig mogelijke gegevens omtrent mogelijke radioactieve neerslag ten gevolge van de explosie of explosies en omtrent de maatregelen die zullen worden genomen ten einde gevaar voor de bevolking, de flora, de fauna en de grondgebieden van een andere Partij of van andere Partijen te vermijden. 3. De Algemene Secretaris en het door de Raad en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie aangewezen technische personeel kunnen optreden als waarnemers bij alle voorbereidingen, met inbegrip van de explosie van het apparaat, en hebben onbeperkte toegang tot ieder gebied in de omgeving van de plaats van de explosie ten einde zich ervan te vergewissen of het apparaat en de procedures die tijdens de explosies worden toegepast in overeenstemming zijn met de gegevens verstrekt ingevolge het bepaalde in het tweede lid van dit artikel en de andere bepalingen van dit Verdrag. 4. Voor het doel genoemd in het eerste lid van dit artikel kunnen de Verdragsluitende Partijen de medewerking van derden aanvaarden, overeenkomstig het bepaalde in het tweede en het derde lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel