**1.** Indien conform de toepasselijke bepalingen van de GAM-verordening wordt besloten een beroep op het Fonds te doen, is de afwikkelingsraad bevoegd om op de volgende manier gebruik te maken van de compartimenten van het Fonds:
In eerste instantie worden de kosten gedragen door de compartimenten die overeenstemmen met de overeenkomstsluitende partijen waar de instelling of groep in afwikkeling is gevestigd of over een vergunning beschikt. Indien het om een grensoverschrijdende groep in afwikkeling gaat, worden de kosten verdeeld over de onderscheiden compartimenten die overeenstemmen met de overeenkomstsluitende partijen waar de moederonderneming en de dochterondernemingen zijn gevestigd of over een vergunning beschikken, naar rato van het relatieve bedrag van de bijdragen die elk van de entiteiten van de groep in afwikkeling aan het compartiment van de respectieve overeenkomstsluitende partij heeft geleverd met betrekking tot het totaalbedrag van de bijdragen die alle entiteiten van de groep aan hun nationale compartimenten hebben geleverd.
Indien een overeenkomstsluitende partij waar de moederonderneming of dochteronderneming is gevestigd of over een vergunning beschikt, oordeelt dat de toepassing van het in de eerste alinea bedoelde criterium voor de kostenverdeling leidt tot grote asymmetrie tussen de verdeling van de kosten over de compartimenten en het risicoprofiel van de bij de afwikkeling betrokken entiteiten, kan zij de afwikkelingsraad verzoeken om daarnaast onverwijld de in artikel 107, lid 5, van de BHA-richtlijn neergelegde criteria in aanmerking te nemen. Indien de afwikkelingsraad niet ingaat op het verzoek van de betrokken overeenkomstsluitende partij, licht hij zijn standpunt publiekelijk toe.
Er wordt een beroep gedaan op de financiële middelen die beschikbaar zijn binnen de in de eerste alinea bedoelde met de overeenkomstsluitende partijen overeenstemmende compartimenten, tot op het niveau van de kosten die elk nationaal compartiment op grond van de in de eerste en tweede alinea beschreven criteria voor de kostenverdeling moet bijdragen, en wel op de volgende manier:
gedurende het eerste jaar van de overgangsperiode wordt een beroep gedaan op alle financiële middelen die binnen de genoemde compartimenten beschikbaar zijn;
gedurende het tweede en het derde jaar van de overgangsperiode wordt een beroep gedaan op 60% respectievelijk 40% van de financiële middelen die binnen de genoemde compartimenten beschikbaar zijn;
gedurende de daaropvolgende jaren van de overgangsperiode neemt de beschikbaarheid van de financiële middelen in de met de betrokken overeenkomstsluitende partijen overeenstemmende compartimenten jaarlijks af met 6 ⅔ procentpunten.
De bedoelde jaarlijkse afname van de beschikbaarheid van de financiële middelen in de met de betrokken overeenkomstsluitende partijen overeenstemmende compartimenten geschiedt gespreid in gelijke delen per kwartaal.
In tweede instantie wordt, indien de financiële middelen die beschikbaar zijn in de in punt a) bedoelde compartimenten van de betrokken overeenkomstsluitende partijen niet volstaan voor het vervullen van de in artikel 76 van de GAM-verordening bedoelde opdracht van het Fonds, een beroep gedaan op de beschikbare financiële middelen in de compartimenten van het Fonds die met alle overeenkomstsluitende partijen overeenstemmen.
De in de compartimenten van alle overeenkomstsluitende partijen beschikbare financiële middelen worden, in dezelfde mate als bepaald in de derde alinea van het onderhavig punt, aangevuld met de resterende financiële middelen in de nationale compartimenten die overeenstemmen met de bij de afwikkeling betrokken overeenkomstsluitende partijen als bedoeld in punt a).
Indien het om een grensoverschrijdende groep in afwikkeling gaat, geschiedt de toewijzing van de ingevolge de eerste en tweede alinea van het onderhavig punt beschikbaar gestelde financiële middelen over de compartimenten van de betrokken overeenkomstsluitende partijen volgens dezelfde verdeelsleutel als die welke overeenkomstig punt a) voor de kostenverdeling is bepaald. Indien de instelling of instellingen waaraan in een van de bij de afwikkeling van een groep betrokken overeenkomstsluitende partijen een vergunning is verleend, niet het totale bedrag van de krachtens het onderhavige punt b) beschikbare financiële middelen nodig heeft, worden de krachtens het onderhavige punt b) beschikbare maar niet-benodigde middelen gebruikt in de afwikkeling van entiteiten waaraan vergunning is verleend op het grondgebied van de andere bij de afwikkeling van de groep betrokken overeenkomstsluitende partijen.
Gedurende de overgangsperiode wordt een beroep gedaan op alle nationale compartimenten van de overeenkomstsluitende partijen, en wel op de volgende wijze:
gedurende het eerste en het tweede jaar van de overgangsperiode wordt een beroep gedaan op 40% respectievelijk 60% van de financiële middelen die binnen de genoemde compartimenten beschikbaar zijn;
gedurende de daaropvolgende jaren van de overgangsperiode neemt de beschikbaarheid van de financiële middelen in de genoemde compartimenten jaarlijks toe met 6 ⅔procentpunten.
De bedoelde jaarlijkse toename van de beschikbaarheid van de financiële middelen in alle nationale compartimenten van de overeenkomstsluitende partijen geschiedt gespreid in gelijke delen per kwartaal.
In derde instantie wordt, indien de volgens punt b) gebruikte financiële middelen niet volstaan om te voldoen aan de in artikel 76 van de GAM-verordening bedoelde opdracht van het Fonds, een beroep gedaan op de resterende financiële middelen in de compartimenten van het fonds die overeenstemmen met de betrokken overeenkomstsluitende partijen als bedoeld in punt a).
Indien het om een grensoverschrijdende groep in afwikkeling gaat, wordt een beroep gedaan op de compartimenten van de betrokken overeenkomstsluitende partijen die niet voldoende financiële middelen op grond van de punten a) en b) hebben verstrekt met betrekking tot de afwikkeling van entiteiten waaraan op hun grondgebied vergunning is verleend. De bijdragen van ieder compartiment worden bepaald volgens de in punt a) neergelegde criteria voor de kostenverdeling.
In vierde instantie en onverminderd de in punt e) bedoelde bevoegdheden van de afwikkelingsraad, worden, indien de in punt c) bedoelde financiële middelen niet volstaan om de kosten van een specifieke afwikkelingsmaatregel te dekken, door de in punt a) bedoelde betrokken overeenkomstsluitende partijen de buitengewone achteraf te betalen bijdragen die zij volgens de in artikel 71 van de GAM-verordening neergelegde criteria hebben geïnd bij de instellingen waaraan op hun respectieve grondgebied vergunning is verleend, aan het Fonds overgedragen.
Indien het om een grensoverschrijdende groep in afwikkeling gaat, worden de achteraf te betalen bijdragen overgedragen door de betrokken overeenkomstsluitende partijen die niet voldoende financiële middelen op grond van de punten a) tot en met c) hebben verstrekt met betrekking tot de afwikkeling van entiteiten waaraan op hun grondgebied vergunning is verleend.
Indien de in punt c) bedoelde financiële middelen niet volstaan om de kosten van een specifieke afwikkelingsmaatregel te dekken, en zolang de in punt d) bedoelde buitengewone achteraf te betalen bijdragen niet onmiddellijk toegankelijk zijn, onder meer om redenen die verband houden met de stabiliteit van de betrokken instellingen, kan de afwikkelingsraad, gebruik maken van zijn bevoegdheid om conform de artikelen 73 en 74 van de GAM-verordening voor het Fonds leningen of andere vormen van steun af te sluiten, of van zijn bevoegdheid om conform artikel 7 van deze overeenkomst tot tijdelijke overdrachten tussen compartimenten te besluiten.
Indien de afwikkelingsraad besluit gebruik te maken van de in de eerste alinea van dit punt bedoelde bevoegdheden, dragen door de in punt d) bedoelde betrokken overeenkomstsluitende partijen de buitengewone achteraf te betalen bijdragen aan het Fonds over met het oog op de terugbetaling van de leningen of andere vormen van steun, of de tijdelijke overdracht tussen compartimenten.
**2.** De opbrengsten van de beleggingen van de conform artikel 75 van de GAM-verordening aan het Fonds overgedragen bedragen worden aan de onderscheiden compartimenten toegewezen naar rato van de respectieve beschikbare financiële middelen, met uitzondering van de aan de onderscheiden compartimenten toe te schrijven vorderingen en onherroepelijke betalingstoezeggingen voor de toepassing van artikel 76 van de GAM-verordening. De opbrengsten van de beleggingen van de afwikkelingsactiviteiten die het Fonds conform artikel 76 van de GAM-verordening kan verrichten, worden aan de onderscheiden compartimenten toegewezen naar rato van hun respectieve bijdrage aan een specifieke afwikkelingsmaatregel.
**3.** Alle compartimenten worden samengevoegd en houden op te bestaan na het verstrijken van de overgangsperiode.
TITEL III
Artikel 5
Werking van de compartimenten
Onderdeel van Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016