**1.** Elke Partij neemt, indien toegestaan volgens de basisbeginselen van haar nationale rechtssysteem, binnen de mogelijkheden en op grond van de voorwaarden voorgeschreven door het nationale recht, de nodige maatregelen teneinde de gepaste inzet van gecontroleerde aflevering en, waar dit nodig geacht wordt, van andere speciale opsporingstechnieken, zoals elektronische of andere vormen van toezicht en undercoveroperaties, door haar bevoegde autoriteiten op haar grondgebied mogelijk te maken om de illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur effectief te bestrijden.
**2.** Ten behoeve van het onderzoeken van de strafbare feiten die vastgesteld zijn in overeenstemming met artikel 14 worden de Partijen aangemoedigd zo nodig passende bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen te treffen voor het gebruik van de technieken bedoeld in het eerste lid in het kader van samenwerking op internationaal niveau.
**3.** Bij het ontbreken van een overeenkomst of regeling zoals vervat in het tweede lid, worden de beslissingen om die speciale opsporingstechnieken te gebruiken op internationaal niveau per geval genomen, waarbij zo nodig rekening wordt gehouden met financiële regelingen en akkoorden ten aanzien van de uitoefening van de rechtsmacht door de betrokken Partijen.
**4.** De Partijen erkennen het belang en de noodzaak van internationale samenwerking en bijstand op dit gebied en werken met elkaar en met internationale organisaties samen aan het ontwikkelen van capaciteit om de doelen van dit artikel te bereiken.
DEEL IV
Artikel 19
Bijzondere opsporingsmethoden
Onderdeel van Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2020