De partijen erkennen dat voor de toepassing van de in deze overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:
het voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst, om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, volstaat dat zijn/haar naam op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, totdat bewijs van het tegendeel is geleverd;
het bepaalde onder a) van dit lid van overeenkomstige toepassing is op de houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.
TITEL IV › HOOFDSTUK 9 › AFDELING 3 › ONDERAFDELING 1
Artikel 232
Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten
Onderdeel van Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2017