Naar hoofdinhoud

Artikel I

Artikel I

Onderdeel van Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1934

Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen verbindt zich om de eenvormige wet, vervat in Bijlage I van dit Verdrag, binnen haar grondgebied in te voeren, hetzij in een der oorspronkelijke teksten, hetzij in haar landstaal. Deze verbintenis zal, indien daartoe aanleiding bestaat, beperkt worden door zoodanige voorbehouden als ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen op het tijdstip van bekrachtiging of toetreding zal aangeven. Deze voorbehouden moeten worden gekozen uit de in Bijlage II van dit Verdrag vermelde. Echter kunnen de voorbehouden, bedoeld bij de artikelen 2, 12 en 18 van genoemde Bijlage II, worden gemaakt na de bekrachtiging of de toetreding, mits daarvan wordt kennis gegeven aan den Secretaris-Generaal van den Volkenbond, die van den tekst dier voorbehouden onmiddellijk zal kennis geven aan de Leden van den Volkenbond en aan de Staten niet-Leden, ten wier name dit Verdrag zal zijn bekrachtigd of ten wier name de toetreding zal hebben plaats gehad. Zoodanige voorbehouden zullen niet van kracht zijn voor den negentigsten dag, volgende op de ontvangst der bovengenoemde kennisgeving door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond. Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen kan, in geval van dringende noodzakelijkheid, na bekrachtiging of toetreding, gebruik maken van de voorbehouden bedoeld bij de artikelen 7 en 22 van genoemde Bijlage II. In deze gevallen zal zij daarvan rechtstreeks en onmiddellijk kennis geven aan alle andere Verdragsluitende Partijen en aan den Secretaris-Generaal van den Volkenbond. De kennisgeving van die voorbehouden zal van kracht worden twee dagen na ontvangst van die kennisgeving door de Hooge Verdragsluitende Partijen.

Rechtspraak bij dit artikel