**1.** Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze door Servië of Kroatië zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die deze landen onderling toepassen, worden in de betrokken landen aanvaard, mits:
de verkrijging van de oorsprong met zich meebrengt dat een preferentieel tarief wordt gehanteerd overeenkomstig de in de SAO opgenomen preferentiële tariefmaatregelen;
het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding van Kroatië zijn afgegeven;
het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de datum van toetreding van Kroatië wordt ingediend.
Indien goederen vóór de datum van toetreding van Kroatië, in Servië of Kroatië voor invoer zijn aangegeven op grond van op dat tijdstip tussen Servië en Kroatië geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen op grond van die overeenkomsten of regelingen nadien afgegeven bewijzen van oorsprong eveneens worden aanvaard, op voorwaarde dat zij binnen vier maanden na de datum van toetreding van Kroatië aan de douaneautoriteiten worden overgelegd.
**2.** Servië en Kroatië mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur” is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits:
een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de tussen Servië en de Europese Unie vóór de toetreding van Kroatië gesloten overeenkomst; en
de toegelaten exporteurs de op grond van die overeenkomst geldende oorsprongsregels toepassen.
Die vergunningen worden uiterlijk één jaar na de datum van de toetreding van Kroatië vervangen door nieuwe vergunningen die onder de voorwaarden van de SAO zijn afgegeven.
**3.** Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de preferentiële overeenkomsten en autonome regelingen als bedoeld in de leden 1 en 2, worden gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong aanvaard door de bevoegde douaneautoriteiten van Servië of Kroatië, en kunnen door die autoriteiten nog worden ingediend gedurende een periode van drie jaar na aanvaarding van het bewijs van oorsprong dat aan die autoriteiten ter staving van een invoeraangifte is voorgelegd.
Hoofdstuk › DEEL IV
Artikel 9
Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2017