Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 24

Arbitrage

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018

1. Elk geschil over de uitleg en toepassing van dit Verdrag wordt op verzoek van een van de Verdragsluitende Partijen ter beslechting voorgelegd aan een scheidsgerecht op grond van het Facultatieve Reglement voor Arbitrage van Geschillen tussen twee Staten van het Permanente Hof van Arbitrage. 2. Het scheidsgerecht wordt per geval in het leven geroepen doordat iedere Verdragsluitende Partij een lid benoemt en beide leden tezamen overeenstemming bereiken over een onderdaan van een derde Staat als voorzitter die door de Regeringen van de Verdragsluitende Partijen wordt benoemd. De leden dienen binnen twee maanden en de voorzitter dient binnen drie maanden benoemd te worden, nadat de ene Verdragsluitende Partij de andere heeft mede gedeeld dat hij het geschil wenst voor te leggen aan een scheidsgerecht. 3. Indien de in het tweede lid genoemde termijnen niet in acht worden genomen, kan bij gebrek aan een andere wijze van overeenstemming elke Verdragsluitende Partij de President van het Internationaal Gerechtshof te Den Haag verzoeken de nodige benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan van een van de Verdragsluitende Partijen is of indien hij om andere redenen verhinderd is, verricht zijn vervanger de benoemingen. Indien ook de vervanger onderdaan van een van beide Verdragsluitende Partijen is of eveneens verhinderd is, verricht diens vervanger de benoemingen. 4. Het scheidsgerecht beslist met meerderheid van stemmen op grond van dit Verdrag en het volkenrecht. Zijn beslissingen zijn bindend en dienen door de Verdragsluitende Partijen geëerbiedigd te worden. Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten van de door hem benoemde scheidsman alsmede van zijn vertegenwoordiging in de procedure voor het scheidsgerecht; de kosten van de voorzitter alsmede de overige kosten worden door de Verdragsluitende Partijen gelijkelijk gedragen. Voor het overige stelt het scheidsgerecht na overleg met de Verdragsluitende Partijen en met inachtneming van procedurele beginselen die internationaal aanvaard zijn, zijn eigen procedureregels vast.

Rechtspraak bij dit artikel