Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Commerciële activiteiten

Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Federale Republiek Brazilië· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2019

1. Elke partij verleent de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij het recht internationale luchtdiensten op haar grondgebied te verkopen en op de markt te brengen, rechtstreeks of via agenten of andere tussenpersonen naar keuze van de luchtvaartmaatschappij, met inbegrip van het recht zowel online als offline kantoren te vestigen. 2. Elke luchtvaartmaatschappij heeft het recht vervoer te verkopen in de valuta van dat gebied of, met inachtneming van haar nationale wet- en regelgeving, in vrij omwisselbare valuta van andere landen en het staat elke persoon vrij dit vervoer te kopen in de door deze luchtvaartmaatschappij aanvaarde valuta. 3. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van een partij hebben het recht, op basis van wederkerigheid, hun vertegenwoordigers en in verband met het verzorgen van de overeengekomen diensten benodigde commercieel, operationeel en technisch personeel te zenden naar en te doen verblijven op het grondgebied van de andere partij. 4. In deze personeelsbehoefte kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen worden voorzien door hun eigen personeel of door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die werkzaam is op het grondgebied van de andere partij en die gemachtigd is dergelijke diensten te verlenen voor andere luchtvaartmaatschappijen. 5. De geldende wet- en regelgeving van de andere partij is op de vertegenwoordigers en het personeel van toepassing en in overeenstemming met deze wet- en regelgeving: verleent elke partij, op basis van wederkerigheid en met een zo gering mogelijke vertraging, de noodzakelijke werkvergunningen, bezoekersvisa of overige soortgelijke documenten aan de in het derde lid van dit artikel bedoelde vertegenwoordigers en personeelsleden; en vergemakkelijken en bespoedigen beide partijen de vereiste werkvergunningen voor personeel dat bepaalde tijdelijke taken verricht die niet langer dan negentig (90) dagen voortduren.

Rechtspraak bij dit artikel