Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Verlening van rechten

Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Federale Republiek Brazilië· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2019

1. Elke partij verleent de andere partij de in dit Verdrag omschreven rechten ten behoeve van de exploitatie van internationale luchtdiensten op de routes die omschreven zijn in de Bijlage bij dit Verdrag. 2. Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag geniet(en) de door elke partij aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) de volgende rechten: het recht zonder te landen over het grondgebied van de andere partij te vliegen; het recht op het grondgebied van de andere partij te landen anders dan voor verkeersdoeleinden; het recht te landen op het (de) punt(en) op de route(s) omschreven in de Routetabel die door de luchtvaartautoriteiten van beide partijen gezamenlijk is overeengekomen voor het opnemen en afzetten van internationaal verkeer in de vorm van passagiers, bagage, vracht of post, afzonderlijk of gecombineerd; en andere rechten die zijn omschreven in dit Verdrag. 3. De luchtvaartmaatschappijen van elke partij, anders dan die aangewezen uit hoofde van artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag genieten tevens de rechten die omschreven zijn in het tweede lid, onderdelen a en b, van dit artikel. 4. Geen van de bepalingen in dit Verdrag wordt geacht een aangewezen luchtvaartmaatschappij of de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de ene partij het voorrecht te verlenen op het grondgebied van de andere partij tegen vergoeding passagiers, bagage, vracht en post aan boord te nemen bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel