Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 16

Witwassen van de opbrengsten van strafbare feiten die betrekking hebben op de manipulatie van sportwedstrijden

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden· Strafrecht

1. Elke partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig kunnen zijn om te waarborgen dat gedragingen bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (2005, CETS nr. 198), in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (2000) of in artikel 23, eerste lid, van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (2003), onder de daarin bedoelde voorwaarden strafbaar worden gesteld in haar nationale wetgeving, indien het gronddelict dat leidt tot opbrengsten behoort tot de feiten omschreven in de artikelen 15 en 17 van dit Verdrag en in elk geval van afpersing, corruptie en fraude. 2. Bij de beslissing welke strafbare feiten als in het eerste lid genoemde gronddelicten dienen te worden gekwalificeerd, kan elke partij bepalen hoe zij in overeenstemming met haar nationale recht deze strafbare feiten alsmede de aard van specifieke elementen daarvan die hen tot ernstige strafbare feiten maken omschrijft. 3. Elke partij overweegt de manipulatie van sportwedstrijden op te nemen in haar kader ter voorkoming van het witwassen van geld door van de exploitanten van sportweddenschappen te verlangen dat zij vereisten van due diligence hanteren ten aanzien van klanten, registratie en rapportage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel