Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 26

Maatregelen met het oog op internationale samenwerking bij strafzaken

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden· Strafrecht

1. De partijen werken in de ruimst mogelijke mate met elkaar samen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en in overeenstemming met de relevante van toepassing zijnde internationale en regionale instrumenten en regelingen overeengekomen op basis van uniforme of wederkerige wetgeving en met hun nationale recht ten behoeve van de opsporing, vervolging en gerechtelijke procedures met betrekking tot de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 15 tot en met 17 van dit Verdrag, met inbegrip van inbeslagneming en verbeurdverklaring. 2. De partijen werken in de ruimst mogelijke mate met elkaar samen in overeenstemming met de relevante van toepassing zijnde internationale, regionale en bilaterale verdragen inzake uitlevering en wederzijdse bijstand in strafzaken en in overeenstemming met hun nationale recht met betrekking tot de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 15 tot en met 17 van dit Verdrag. 3. Wanneer, in gevallen van internationale samenwerking, dubbele strafbaarheid als vereiste wordt beschouwd, wordt geacht hieraan te zijn voldaan, ongeacht of het strafbare feit in de wetgeving van de aangezochte staat tot dezelfde categorie wordt gerekend of met dezelfde terminologie wordt aangeduid als in de verzoekende staat, indien de gedraging die ten grondslag ligt aan het strafbare feit waarvoor wederzijdse bijstand wordt gevraagd ingevolge het recht van beide partijen als strafbaar wordt aangemerkt. 4. Indien een partij die uitlevering of wederzijdse rechtshulp in strafzaken afhankelijk maakt van het bestaan van een verdrag, een verzoek tot uitlevering of rechtshulp in strafzaken ontvangt van een partij waarmee zij een dergelijk verdrag niet heeft gesloten, kan zij mits zij volledig voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van internationaal recht en overeenkomstig de voorwaarden voorzien in haar eigen nationale recht, dit Verdrag beschouwen als de juridische grondslag voor uitlevering of wederzijdse rechtshulp in strafzaken op grond van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 15 tot en met 17 van dit Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel