Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 7

Sportorganisaties en wedstrijdorganisatoren

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden· Strafrecht

1. Elke partij moedigt sportorganisaties en wedstrijdorganisatoren aan regels aan te nemen en te implementeren ter bestrijding van de manipulatie van sportwedstrijden alsmede beginselen van goed bestuur, die onder meer betrekking hebben op: het voorkomen van belangenverstrengeling, onder meer door: belanghebbenden bij wedstrijden te verbieden weddenschappen te sluiten ter zake van de wedstrijden waarbij zij betrokken zijn; misbruik of verspreiden van voorkennis te verbieden; nakoming door sportorganisaties en hun gelieerde leden van al hun contractuele en andere verplichtingen; de eis dat belanghebbenden bij een wedstrijd onmiddellijk alle verdachte activiteiten, incidenten, prikkels of handelwijzen melden die kunnen worden aangemerkt als een inbreuk op de regels tegen de manipulatie van sportwedstrijden. 2. Elke partij moedigt sportorganisaties aan passende maatregelen te nemen en te implementeren teneinde te waarborgen dat: het verloop van sportwedstrijden waarbij het gevaar van manipulatie dreigt intensiever en effectief gemonitord wordt; regelingen worden getroffen zodat verdachte activiteiten die verband houden met de manipulatie van sportwedstrijden onverwijld gemeld worden aan de relevante publieke autoriteiten of een nationaal platform; er effectieve mechanismen ingesteld zijn die de bekendmaking van alle informatie betreffende mogelijke of feitelijke gevallen van manipulatie van sportwedstrijden mogelijk maken, met inbegrip van adequate bescherming van klokkenluiders; de bewustwording onder belanghebbenden bij wedstrijden, met inbegrip van jonge sporters, van het risico van manipulatie van sportwedstrijden en pogingen die te bestrijden, wordt bevorderd via voorlichting, training en de verspreiding van informatie; de desbetreffende officials voor een sportwedstrijd, met name juryleden en scheidsrechters, in een zo laat mogelijk stadium worden benoemd. 3. Elke partij moedigt haar sportorganisaties en via hen de internationale sportorganisaties aan specifieke, effectieve, proportionele en ontmoedigende disciplinaire sancties en maatregelen te hanteren bij overtredingen van hun interne regels tegen de manipulatie van sportwedstrijden, in het bijzonder de maatregelen bedoeld in het eerste lid van dit artikel, alsmede de wederzijdse erkenning en uitvoering van door andere sportorganisaties opgelegde sancties, in het bijzonder in andere landen, te waarborgen. 4. Door sportorganisaties vastgestelde tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid sluit geen strafrechtelijke, civiele of bestuursrechtelijke verantwoordelijkheid uit.

Rechtspraak bij dit artikel