**1.** Overeenkomstig Richtlijn 2003/55/EG en Richtlijn 2003/54/EG moet een regelgevende autoriteit op het gebied van aardgas en elektriciteit juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk zijn van alle andere openbare of particuliere entiteiten, en voldoende bevoegdheden hebben om een daadwerkelijke mededinging en een efficiënte werking van de markt te kunnen waarborgen.
**2.** De besluiten die een regelgevende autoriteit neemt en de procedures die zij toepast, zijn onpartijdig ten aanzien van alle marktdeelnemers.
**3.** Een door een besluit van een regelgevende autoriteit getroffen marktdeelnemer kan tegen dat besluit beroep aantekenen bij een van de betrokken partijen onafhankelijke beroepsinstantie. Wanneer de beroepsinstantie geen rechterlijke instantie is, moeten haar beslissingen altijd schriftelijk met redenen worden omkleed en tevens door een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke instantie kunnen worden getoetst. Beslissingen van beroepsinstanties worden op doeltreffende wijze ten uitvoer gelegd.
TITEL V › HOOFDSTUK 11
Artikel 353
Regelgevende autoriteit voor aardgas en elektriciteit
Onderdeel van Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2016