Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
„energiegoederen”: ruwe olie (GS-code 27.09), aardgas (GS-code 27.11) en elektrische energie (GS-code 27.16);
„energievervoervoorzieningen”: hogedrukaardgaspijpleidingen, hoogspanningsgrid-netwerken, met inbegrip van interconnectoren die worden gebruikt om verschillende gas- of elektriciteitstransmissienetten met elkaar te verbinden, aardoliepijpleidingen, spoorwegverbindingen en andere vaste installaties bestemd voor de doorvoer van energiegoederen;
„doorvoer”: de overbrenging van energiegoederen over het grondgebied van een partij, met of zonder overlading, opslag in een entrepot, verstuwing of verandering van vervoermethode, waarbij die overbrenging slechts een onderdeel vormt van het gehele traject dat begint en eindigt buiten het grondgebied van de partij waarover het verkeer plaatsvindt;
„ongeoorloofde toe-eigening”: welke activiteit dan ook bestaande in de wederrechtelijke toe-eigening van energiegoederen uit energievervoervoorzieningen.
TITEL IV › HOOFDSTUK 11
Artikel 210
Definities
Onderdeel van Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2016