Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 11

Artikel 213

Ononderbroken doorvoer

Onderdeel van Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2016

1. Een partij eigent zich geen energiegoederen toe of grijpt niet anderszins in de doorvoer van energiegoederen over haar grondgebied in, tenzij het contract of een andere contractuele regeling waarin die doorvoer is geregeld, hiertoe specifieke bepalingen bevat, of een ononderbroken functioneren van de energievervoervoorzieningen zonder snelle corrigerende maatregelen een onredelijk groot gevaar voor de openbare veiligheid, het culturele erfgoed, de gezondheid, de veiligheid of het milieu oplevert, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel vormen tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie dan wel tot een verkapte beperking van de internationale handel. 2. Bij een geschil over een aangelegenheid waarbij de partijen dan wel een of meer aan de zeggenschap of jurisdictie van een van de partijen onderworpen entiteiten betrokken zijn, mag een partij over het grondgebied waarvan energiegoederen worden doorgevoerd, voordat een geschillenbeslechtingsprocedure in het kader van het desbetreffende contract dan wel een spoedprocedure in het kader van bijlage XVIII bij deze overeenkomst of hoofdstuk 14 (Beslechting van geschillen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst is afgerond, die doorvoer niet onderbreken of beperken en evenmin toestaan dat aan haar zeggenschap of jurisdictie onderworpen entiteiten, staatshandelsondernemingen daaronder begrepen, die doorvoer onderbreken of beperken, behalve in de in lid 1 bedoelde omstandigheden. 3. Een partij kan op grond van dit artikel niet aansprakelijk worden gesteld voor een onderbreking of beperking van de doorvoer, wanneer zij ten gevolge van handelingen die aan een derde land of aan een onder de zeggenschap of jurisdictie van een derde land vallende entiteit kunnen worden toegerekend, niet in staat is energiegoederen te leveren of door te voeren.

Rechtspraak bij dit artikel