Naar hoofdinhoud
1. Elke partij ziet af van het instellen van vorderingen tegen de andere partij of tegen een lid van het personeel van deze partij tot vergoeding van schade die aan haar goederen of personeel wordt toegebracht, met inbegrip van schade de dood tot gevolg hebbende, vanwege handelen of nalaten bij het vervullen van officiële taken die voortvloeien uit dit Verdrag. 2. De voorgaande bepalingen zijn niet van toepassing in het geval van grove schuld of opzet. Onder grove schuld dient te worden verstaan een grove fout of grove nalatigheid. Onder opzet dient te worden verstaan een fout begaan met het oogmerk van de dader schade toe te brengen. 3. Bij schade toegebracht aan goederen of aan de persoon van een derde door de strijdkrachten of een lid van het personeel in functie van de zendstaat, treedt de ontvangende staat bij de procedure in de plaats van de zendstaat. De partijen dragen gezamenlijk de kosten van de vergoedingen voor schade toegebracht aan derden volgens de volgende verdeelsleutel: wanneer de schade aan slechts een van de partijen is toe te rekenen, neemt deze partij de betaling van het volledige bedrag van de schadevergoeding voor haar rekening; wanneer de schade aan beide partijen is toe te rekenen, of het niet mogelijk is de schade met zekerheid aan de ene of de andere partij toe te schrijven, wordt het bedrag van de schadevergoeding gelijkelijk over de partijen verdeeld; de toerekenbaarheid van de schade en de daaruit voortvloeiende schadevergoeding worden in onderling overleg bepaald door de partijen.

Rechtspraak bij dit artikel