In deze Overeenkomst verstaat men
onder „voertuigen”: motorrijtuigen, gelede voertuigen, aanhangwagens en opleggers, zoals deze zijn omschreven in artikel 4 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 19 september 1949, met uitzondering van de voertuigen welke toebehoren aan de krijgsmacht van een Overeenkomstsluitende Partij of welke zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van die krijgsmacht;
onder „gevaarlijke goederen”: de stoffen en voorwerpen waarvan de Bijlagen A en B het internationale vervoer over de weg verbieden of slechts onder bepaalde voorwaarden toelaten;
onder „internationaal vervoer”: alle vervoer dat wordt verricht op het grondgebied van tenminste twee Overeenkomstsluitende Partijen met voertuigen zoals hierboven onder a omschreven.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR)· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 29 januari 1968