Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR)· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 19 april 1985

1. Onafhankelijk van de in artikel 13 voorziene herzieningsprocedure kan elke Overeenkomstsluitende Partij een of meer wijzigingen van de Bijlagen bij deze Overeenkomst voorstellen. Met dit doel zal zij de tekst daarvan aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties toezenden. Teneinde te verzekeren, dat deze Bijlagen in overeenstemming zijn met andere internationale overeenkomsten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen, kan ook de Secretaris-Generaal wijzigingen van de Bijlagen bij deze Overeenkomst voorstellen. 2. De Secretaris-Generaal deelt elk overeenkomstig lid 1 van dit artikel gedane voorstel mede aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en brengt dit ter kennis van de andere in artikel 6, lid 1, bedoelde landen. 3. Elk voorstel tot wijziging van de bijlagen wordt geacht te zijn aangenomen, tenzij ten minste een derde der Overeenkomstsluitende Partijen, of vijf van hen indien een derde meer is dan dit aantal, binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag waarop de Secretaris-Generaal het voorstel heeft rondgezonden, schriftelijk aan de Secretaris-Generaal hebben kenbaar gemaakt bezwaar tegen de voorgestelde wijziging te hebben. Indien de wijziging wordt geacht te zijn aangenomen, treedt zij voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking na het verstrijken van een nieuwe termijn, die drie maanden zal duren, behalve in de volgende gevallen: lngeval soortgelijke wijzigingen zijn aangebracht of waarschijnlijk zullen worden aangebracht in de andere internationale overeenkomsten bedoeld in het eerste lid van dit artikel treedt de wijziging in werking na het verstrijken van een termijn waarvan de duur door de Secretaris-Generaal zodanig wordt bepaald dat deze wijziging en die welke zijn aangebracht of waarschijnlijk zullen worden aangebracht in die andere overeenkomsten, zoveel mogelijk gelijktijdig in werking kunnen treden; deze termijn zal echter niet korter zijn dan één maand; De Overeenkomstsluitende Partij die een voorstel tot wijziging indient, kan in dit voorstel een langere termijn dan drie maanden aangeven ten aanzien van de inwerkingtreding van de wijziging, indien deze zou worden aanvaard. 4. De Secretaris-Generaal zal zo spoedig mogelijk alle Overeenkomstsluitende Partijen en alle in artikel 6, lid 1, bedoelde landen mededeling doen van elk van de Overeenkomstsluitende Partijen ontvangen bezwaar tegen een voorgestelde wijziging. 5. Indien de voorgestelde wijziging van de Bijlagen niet wordt geacht te zijn aangenomen, doch tenminste één andere Overeenkomstsluitende Partij dan die welke de wijziging heeft voorgesteld schriftelijk aan de Secretaris-Generaal zijn instemming met het voorstel heeft kenbaar gemaakt, zal deze laatste binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van het verstrijken van de in lid 3 van dit artikel voor het indienen van bezwaren voorziene termijn van drie maanden, een bijeenkomst bijeenroepen van alle Overeenkomstsluitende Partijen en van alle in artikel 6, lid 1, bedoelde landen. De Secretaris-Generaal kan voor die bijeenkomst ook vertegenwoordigers uitnodigen: van internationale gouvernementele organisaties welke op het gebied van het vervoer bevoegd zijn; van internationale niet-gouvernementele organisaties welker werkzaamheden rechtstreeks verband houden met het vervoer van gevaarlijke goederen op het grondgebied der Overeenkomstsluitende Partijen. 6. Elke wijziging welke door meer dan de helft van het totale aantal Overeenkomstsluitende Partijen op een overeenkomstig lid 5 van dit artikel bijeengeroepen bijeenkomst is aangenomen zal voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking treden overeenkomstig de procedure waartoe tijdens de genoemde bijeenkomst door de meerderheid der daaraan deelnemende Overeenkomstsluitende Partijen is besloten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel