Voor de toepassing van dit Verdrag hebben de gebruikte uitdrukkingen de volgende betekenis:
„gemeenschappelijk interessegebied (CAoI)”: Common Area of Interest, het gebied bestaande uit het soevereine luchtruim van de partijen.
„Third State Airspace (TSA)”: luchtruim van een staat buiten het gemeenschappelijk interessegebied die geen partij is bij dit Verdrag.
„luchtincident”: elk voorval binnen het toegewezen NAVO-luchtruim en het nationale luchtruim dat tactische maatregelen vergt, met inbegrip van de inzet van luchtvaartuigen. Luchtincidenten kunnen van militaire en niet-militaire aard zijn. Luchtincidenten van niet-militaire aard betreffen een of meer renegades.
„Renegade”: een civiel luchtplatform dat wordt aangemerkt als zijnde operationeel op een wijze die aanleiding is voor de verdenking dat het kan worden gebruikt als een wapen voor het uitvoeren van een terroristische aanval.
„Assigned Aircraft (AAC)”: een militair luchtvaartuig dat is geconsigneerd voor de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag.
„Assigned Aircraft (AAC) Rotation”: de roulerende bijdragen met Assigned Aircraft door de partijen.
„Recognised Air Picture (RAP)”: een luchtruimbedreigingsanalyse van de gedetecteerde luchtbewegingen van alle luchtvaartuigen binnen een bepaald luchtruim, waarbij elk luchtvaartuig wordt geïdentificeerd als vriendschappelijk of vijandig en idealiter wordt voorzien van aanvullende informatie, zoals het type luchtvaartuig, vluchtnummer en vluchtschema. Deze informatie kan betrokken worden uit verschillende bronnen, waaronder militaire en civiele sensoren, de civiele luchtverkeersleiding en geallieerde naties of de NAVO.
„Control and Reporting Centre (CRC)”: centrum voor de luchtverdediging dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van RAP’s van alle bewegingen in het hem toegewezen luchtruim en dat het bevel en de controle heeft over de AAC.
„General Aviation Security Measures (GASM)”: de identificatie en classificatie van luchtvaartuigen die wordt verricht door de nationale Control and Reporting Centres (CRC’s).
„Active Aviation Security Measures (AASM)”: bewakingsmaatregelen uitgevoerd met AAC of andere militaire middelen van de partijen, met inbegrip van:
ondervraging die gepaard gaat met visuele of elektronische identificatie en het volgen van een luchtvaartuig;
interventie, gepaard gaand met een afgedwongen vluchtroute, verbod tot overvliegen en/of het verdachte luchtvaartuig dwingen te landen binnen een aangewezen gebied;
gebruik van waarschuwingssignalen met magnesiumfakkels;
gebruik van kinetisch geweld, variërend van waarschuwingsschoten met vuurwapens tot en met het gebruik van dodelijk geweld.
Voor de toepassing van dit Verdrag is het gebruik van dodelijk geweld bij de inzet van AASM boven Luxemburg uitgesloten.
„nationale autoriteit (NGA)”: de nationale bevoegde autoriteit van de partij van het nationale luchtruim waarin zich een renegade bevindt, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de nodige maatregelen tot handhaving van de veiligheid van het luchtruim in overeenstemming met de relevante nationale regels en voorschriften. Uit hoofde van dit Verdrag zijn de onderscheiden nationale autoriteiten: voor Nederland, de minister van Veiligheid en Justitie, voor België de minister van Defensie en voor Luxemburg de minister van Defensie of hun onderscheiden opvolgers.
„vertegenwoordiger van de nationale autoriteit”: voor de toepassing van dit Verdrag zijn de onderscheiden vertegenwoordigers van de nationale autoriteit: voor Nederland de dienstdoende Master Controller van het nationale CRC, voor België de CRC Master Controller of de hoogste dienstdoende officier die belast is met de coördinatie en rapporteert aan de Belgische NGA en voor Luxemburg de „Haut-Commissaire à la Protection nationale” (hoge commissaris voor nationale bescherming) of hun onderscheiden opvolgers. Dit Verdrag sluit echter de mogelijkheid van samenwerking tussen de CRC’s in de toekomst niet uit, die in detail zal worden vastgelegd in een afzonderlijke technical arrangement dat dient te worden ondertekend door de ministers van Defensie van de partijen.
„terroristische aanval”: aanval die wordt gepleegd met een terroristisch oogmerk zoals omschreven in het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (2002/475/JHA).
„(Re)Transfer of Authority (TOA/RTOA)”: de maatregel waarmee de verantwoordelijkheden en de middelen voor de luchtverdediging van de NAVO (terug) worden overgedragen aan de nationale autoriteit (via de vertegenwoordiger van de nationale autoriteit) of vice versa.
„ontvangende staat”: de staat van het luchtruim waarin de bewegingen en/of AASM door AAC van de zendstaat plaatsvinden.
„zendstaat”: de staat die AASM uitvoert met nationale AAC binnen het luchtruim van de ontvangende staat. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt Luxemburg niet aangemerkt als een zendstaat.
„TACON”: Tactical control, het bevel over gekoppelde of gedetacheerde strijdkrachten of commandoposten, of over militaire capaciteit dan wel strijdkrachten die ter beschikking zijn gesteld voor uitvoering van taken, en dat zich beperkt tot de gedetailleerde aanwijzing en aansturing van bewegingen of manoeuvres binnen het operationele gebied die nodig is voor het uitvoeren van die toegewezen missies of taken.
Artikel I
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg inzake de integratie van de luchtruimbewaking tegen dreigingen die uitgaan van niet-militaire luchtvaartuigen (renegades)· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017