**1.** Ten behoeve van dit Verdrag monitoren België en Nederland de bewegingen in het gemeenschappelijk interessegebied en beschermen zij het gemeenschappelijk interessegebied door uitvoering van GASM en AASM, zoals omschreven in artikel 1, negende en tiende lid. Voor Luxemburg zullen de monitoring en bescherming van het gemeenschappelijk interessegebied gewaarborgd worden door België en Nederland conform de modaliteiten vastgelegd in dit Verdrag en in de regeling(en) omschreven in artikel XI van dit Verdrag, hierna te noemen de „technical arrangement(s)”.
**2.** De AAC van België en Nederland nemen bij toerbeurt deel aan de AAC-Rotation boven het gemeenschappelijk interessegebied.
**3.** In het geval van een niet-militair luchtincident in of nabij het luchtruim van de ontvangende staat, voorziet de zendstaat de ontvangende staat via zijn AAC van TOA en TACON.
**4.** Het gebruik van geweld door AAC tegen een renegade is toegestaan indien:
het AAC onder de TACON van de ontvangende staat valt; en
het AAC van de NGA van de ontvangende staat toestemming heeft gekregen voor het gebruik van geweld tegen een renegade in het gemeenschappelijk interessegebied.
Ingevolge artikel 1, tiende lid, mag in het luchtruim van Luxemburg geen dodelijk geweld worden gebruikt.
Nadere regelingen met betrekking tot het gebruik van geweld door AAC worden neergelegd gelegd in technical arrangements.
**5.** De bepalingen van het NAVO Statusverdrag zijn van toepassing op alle aspecten van de integratie en samenwerking zoals omschreven in dit Verdrag, tenzij in dit Verdrag uitdrukkelijk anders wordt bepaald.
Artikel V
Operationele bepalingen
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg inzake de integratie van de luchtruimbewaking tegen dreigingen die uitgaan van niet-militaire luchtvaartuigen (renegades)· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017