**1.** In het geval van het overlijden van een gedetineerde in de penitentiaire inrichting, meldt de directeur dit overlijden onmiddellijk aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland. De directeur volgt daarna alle aanwijzingen van de bevoegde autoriteiten van de ontvangststaat op, verleent hun toegang tot de penitentiaire inrichting, laat hen het noodzakelijke onderzoek naar de oorzaak van het overlijden uitvoeren en verleent daaraan alle medewerking. De directeur staat toe dat de overledene op last van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland uit de penitentiaire inrichting wordt vervoerd naar een plaats voor nader onderzoek naar de doodsoorzaak.
**2.** De directeur wordt in kennis gesteld van het resultaat van het onderzoek naar de oorzaak van het overlijden van de gedetineerde.
**3.** Uitsluitend het recht van de ontvangststaat is van toepassing op het instellen van een vervolgonderzoek van welke aard dan ook. Het is de directeur echter toegestaan een administratief onderzoek uit te voeren in de penitentiaire inrichting in overeenstemming met de procedures vastgelegd door de aangewezen autoriteit van de zendstaat, voor zover dit naar het oordeel van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Nederland verenigbaar is met de belangen van het vervolgonderzoek.
**4.** De directeur draagt zorg voor de overbrenging van het stoffelijk overschot naar de zendstaat, zodra dit krachtens het recht van de ontvangststaat is toegestaan.
DEEL II
Artikel 14
Overlijden van een gedetineerde
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake het gebruik van een penitentiaire inrichting in Nederland voor de tenuitvoerlegging van bij Noorse vonnissen opgelegde vrijheidsstraffen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2015