Naar hoofdinhoud
1. De Minister van Veiligheid en Justitie van de ontvangststaat stelt aan de Minister van Justitie en Openbare Veiligheid van de zendstaat de penitentiaire inrichting, met inbegrip van personeel en faciliteiten, ter beschikking voor de tenuitvoerlegging van Noorse vonnissen. 2. De Minister van Justitie en Openbare Veiligheid van de zendstaat maakt gebruik van de penitentiaire inrichting, tegen een financiële vergoeding en in overeenstemming met dit Verdrag en de door de ontvangststaat vastgestelde maximumcapaciteit van de penitentiaire inrichting. Vrijheidsbeneming in de penitentiaire inrichting geschiedt uitsluitend op grond van een Noors vonnis. Vrijheidsbeneming van andere personen dan gedetineerden is niet toegestaan. 3. Met het oog op de uitvoering van dit Verdrag sluiten de aangewezen autoriteiten van de zendstaat en van de ontvangststaat een samenwerkingsovereenkomst waarin regelingen voor het functioneren van de penitentiaire inrichting, het personeel, de faciliteiten, het vervoer van gedetineerden en andere taken die door de ontvangststaat kunnen worden verricht, worden vastgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel