De consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire-agenten hebben als zoodanig voor zoover de Belgische wetgeving zulks toelaat, het regt om tot scheidsmannen te worden benoemd in de geschiIlen, die tusschen de bevelvoerders en de manschap der Belgische schepen mogten ontstaan, en zulks zonder tusschenkomst der plaatselijke overheid, ten gij het gedrag der manschap of van den bevelvoerder van dien aard zij geweest, dat het de orde en rust van het land kunne storen, of dat de consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire-agenten den bijstand inroepen der gezegde overheid, om hunne uitspraken ten uitvoer te leggen of het gezag daarvan te handhaven.
Het staat echter vast dat deze bijzondere vorm van regtspleging of van uitspraak door scheidsmannen de twistende partijen het regt niet ontneemt om daarvan, na hunne terugkomst, bij de regterlijke magt van hun eigen land in hooger beroep te komen, wanneer de wetgeving van dit laatste haar dat regt toekent.
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake de toelating van Belgische Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 mei 1855