Wanneer een Belgisch schip op de kusten van een der Nederlandsche kolonien komt te stranden, neemt, bij afwezigheid of met toestemming van den kapitein, de consul-generaal, consul, vice-consul of consulaire agent, aanwezig ter plaatse van den schipbreuk of van de berging, al de noodige maatregelen tot redding van schip, lading en alles wat daartoe behoort.
Bij afwezendheid van den consul-generaal, consul, vice-consul of consulairen agent, neemt de Nederlandsche overheid der plaats, waar het schip is gestrand, de maatregelen bij de wetten der kolonie voorgeschreven.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake de toelating van Belgische Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 mei 1855